Gepubliceerd op 23 augustus 2026 · Bijgewerkt op 23 augustus 2026
Uw woning verkopen en uw uitkering: leefloon, IGO en zorgbudget, en de tienjaarsregel
Of de opbrengst van uw woning uw uitkering raakt, hangt van één onderscheid af. Uitkeringen die u door te werken hebt opgebouwd — het wettelijk pensioen, de werkloosheidsuitkering, de ziekte- en invaliditeitsuitkering — kijken naar uw loopbaan en uw gezinstoestand, niet naar uw vermogen. Die verandert u in beginsel niet door te verkopen. Bijstandsuitkeringen die vertrekken van een onderzoek naar uw bestaansmiddelen — het leefloon, de inkomensgarantie voor ouderen en het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood — doen dat wél. En ze kijken tien jaar terug, ook bij een schenking. Verkopen is dus zelden sociaal neutraal.
Eén onderscheid bepaalt alles: verzekering of bijstand
Ons sociaal systeem bestaat uit twee lagen die niets met elkaar te maken hebben, en die verwarring kost mensen jaarlijks veel geld.
De verzekeringslaag vertrekt van bijdragen die u betaalde tijdens uw loopbaan. Wat u bezit, is daarbij niet relevant. Uw pensioen wordt berekend op uw loopbaan, niet op uw spaarrekening. Uw werkloosheids- of ziekte-uitkering hangt af van uw laatste loon en van uw gezinstoestand — of u samenwoont, gezinslast hebt of alleenstaande bent — maar niet van de vraag of u een huis hebt verkocht.
De bijstandslaag vertrekt van het omgekeerde principe: u krijgt aanvulling tot een bepaald niveau, en daarvoor onderzoekt men eerst wat u zelf hebt. Dat onderzoek heet niet toevallig een onderzoek naar de bestaansmiddelen, en het kijkt naar uw inkomsten, uw spaargeld, uw beleggingen, uw onroerende goederen én naar wat u de voorbije jaren vervreemd hebt.
Zet die twee naast elkaar en de meeste vragen beantwoorden zichzelf.
| Uitkering | Kijkt men naar uw vermogen? | Wat een verkoop doet |
|---|---|---|
| Wettelijk pensioen | Nee | In beginsel niets |
| Werkloosheidsuitkering | Nee, wel naar uw gezinstoestand | In beginsel niets |
| Ziekte- en invaliditeitsuitkering | Nee, wel naar uw gezinstoestand | In beginsel niets |
| Leefloon | Ja | De opbrengst wordt tien jaar lang aangerekend |
| Inkomensgarantie voor ouderen | Ja | De verkoopwaarde wordt tien jaar lang aangerekend |
| Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood | Ja | De zorgkas herberekent uw recht |
Leefloon: hoe het OCMW een verkoopopbrengst aanrekent
Voor het leefloon staan de regels in het koninklijk besluit van 11 juli 2002, het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Drie artikelen doen het werk.
Artikel 27 bepaalt hoe roerende kapitalen — dus ook het geld op uw rekening na de verkoop — worden omgezet in een fictief jaarinkomen: er wordt rekening gehouden met 6 procent van de schijf tussen 6.200 en 12.500 euro, en met 10 procent van wat daarboven ligt. Staat een rekening op meer namen, dan worden die grensbedragen gedeeld door het aantal titularissen.
Artikel 28 is het artikel dat mensen verrast. Heeft de aanvrager in de tien jaar vóór de ingangsdatum van zijn aanvraag roerende of onroerende goederen om niet of onder bezwarende titel afgestaan, dan wordt er een forfaitair inkomen aangerekend dat overeenstemt met de verkoopwaarde van die goederen op het ogenblik van de afstand — berekend volgens dezelfde methode als in artikel 27.
Lees die zin nog eens. Er staat niet: het geld dat u nog hebt. Er staat: de waarde van wat u afstond. Of u dat geld ondertussen hebt uitgegeven, staat er niet in.
Artikel 29 biedt de belangrijkste tegenwicht: op de verkoopwaarde wordt een eerste schijf van 37.200 euro vrijgesteld wanneer het gaat om de woning die u bewoonde en u geen ander bebouwd onroerend goed bezit, of om uw enige onbebouwde onroerend goed.
Artikel 30 laat u de persoonlijke schulden aftrekken die u vóór de vervreemding was aangegaan, op voorwaarde dat u aantoont dat u ze geheel of gedeeltelijk met de opbrengst hebt terugbetaald. Dat is precies waarom u de aflossing van uw hypothecair krediet bij de akte moet kunnen bewijzen.
En tot slot een geruststelling die vaak ontbreekt: het OCMW kan u niet verplichten uw woning te verkopen vóór u recht hebt op steun. Bezit u een woning, dan wordt daarvoor wel een fictief inkomen aangerekend, in de regel op basis van het niet-vrijgestelde kadastraal inkomen vermenigvuldigd met drie.
| Schijf van de aangerekende waarde | Percentage dat als bestaansmiddel telt |
|---|---|
| Tot 6.200 euro | 0 procent |
| Van 6.200 tot 12.500 euro | 6 procent |
| Boven 12.500 euro | 10 procent |
De inkomensgarantie voor ouderen: de strengste van de drie
De IGO is een bijstandsuitkering voor 65-plussers met een ontoereikend pensioen. Het onderzoek naar de bestaansmiddelen staat in het koninklijk besluit van 23 mei 2001, en het is strenger dan bij het leefloon — niet in de percentages, wel in wat er allemaal meetelt.
Roerende kapitalen worden aangerekend aan 4 procent van de schijf tussen 6.200 en 18.600 euro en 10 procent van wat daarboven ligt.
Onroerende goederen die u nog bezit worden aangerekend door het niet-vrijgestelde kadastraal inkomen met 3 te vermenigvuldigen, zowel voor bebouwde als voor onbebouwde goederen. Er geldt een basisvrijstelling op het kadastraal inkomen, verhoogd per kind waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen.
Afstand van onroerend goed in de tien jaar vóór de ingangsdatum van uw aanvraag wordt aangerekend op basis van de verkoopwaarde op het ogenblik van de afstand. Daarbij gelden drie correcties die u moet kennen omdat ze samen een groot verschil maken:
- Een abattement van 37.200 euro op de eerste schijf van de verkoopwaarde, voor de eigen woning of het enige onbebouwde goed.
- Een jaarlijks abattement dat automatisch verder afbouwt: 1.250 euro per jaar bij het basisbedrag, 2.000 euro per jaar bij het verhoogde basisbedrag, berekend naar maanden en toegepast op de verjaardag van de IGO.
- De aftrek van persoonlijke schulden die u vóór de afstand aanging en met de opbrengst terugbetaalde.
En twee waarderingsregels die bij familiale constructies beslissend zijn: bij afstand van een vruchtgebruik wordt de waarde vastgesteld op 40 procent van de waarde in volle eigendom; de blote eigendom vertegenwoordigt de resterende 60 procent.
| Schijf van de aangerekende waarde | Percentage dat als bestaansmiddel telt |
|---|---|
| Tot 6.200 euro | 0 procent |
| Van 6.200 tot 18.600 euro | 4 procent |
| Boven 18.600 euro | 10 procent |
Een rekenvoorbeeld dat het concreet maakt
Neem een alleenstaande van 72 jaar met een klein pensioen die IGO ontvangt. Zij verkoopt haar rijhuis voor 250.000 euro. Er staat nog 80.000 euro hypothecair krediet open, dat bij de akte wordt afgelost. Drie jaar later wordt haar dossier herbekeken.
Zo ziet de redenering er in grote lijnen uit. Let op: de Pensioendienst past de regels toe in een vaste volgorde en op basis van uw volledige dossier — beschouw dit als een illustratie van de mechaniek, niet als uw uitkomst.
Wat dit voorbeeld vooral toont: de aangerekende bestaansmiddelen liggen hier ruim boven het bedrag van de IGO zelf. Het recht valt dus weg, en het valt niet weg omdat het geld op de rekening staat, maar omdat de woning verkocht is. Iemand die de opbrengst intussen in een appartement heeft gestoken, in de zorg van een partner of aan haar kinderen heeft gegeven, zit in exact hetzelfde geval — met dat verschil dat zij het geld niet meer heeft.
Dat is de reden waarom deze berekening vóór de verkoop gemaakt moet worden en niet erna.
| Stap | Bedrag |
|---|---|
| Verkoopwaarde van de woning | 250.000 euro |
| Af: hypothecair krediet, afgelost met de opbrengst | 80.000 euro |
| Af: abattement voor de eigen woning | 37.200 euro |
| Af: jaarlijks abattement na 3 jaar (3 x 1.250 euro) | 3.750 euro |
| Basis waarop het forfait berekend wordt | 129.050 euro |
| Aangerekend als bestaansmiddel per jaar | ongeveer 11.500 euro |
Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood
Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood — de vroegere tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden — is de derde uitkering met een inkomensonderzoek. Ze is bedoeld voor 65-plussers met een beperkt inkomen en een verminderd zelfzorgvermogen, en ze wordt uitbetaald door uw zorgkas.
Het Departement Zorg is duidelijk over wat er meetelt: pensioen, inkomen uit arbeid, vervangingsinkomen, spaargelden en beleggingen, en daarnaast het bezit van onroerende goederen en de opbrengst van de verkoop of de schenking ervan. Een verkoop of schenking leidt in de praktijk vaak tot een vermindering of tot het einde van het zorgbudget.
Er geldt wel een vrijstelling op het inkomen. Voor een alleenwonende gaat het om 17.945,40 euro per jaar, voor wie een partner heeft om 22.424,30 euro; die bedragen worden automatisch aangepast wanneer de spilindex overschreden wordt. Controleer altijd het actuele bedrag bij uw zorgkas, want die indexering gebeurt tussentijds.
En dan de verplichting die het vaakst vergeten wordt: stijgt uw inkomen of dat van uw partner met minstens 10 procent, dan moet u dat binnen drie maanden melden. Een woningverkoop haalt die drempel bijna altijd. Wie niet meldt, krijgt het bedrag niet kwijtgescholden maar teruggevorderd — vaak jaren later, en dan in één keer.
Waarom schenken hier vaak slechter uitpakt dan verkopen
Veel mensen redeneren omgekeerd: *ik geef de woning aan mijn kinderen, dan heb ik niets meer en behoud ik mijn uitkering.* Precies daarvoor bestaan die tienjaarsregels.
Zowel bij het leefloon als bij de IGO wordt het forfaitaire inkomen berekend op de verkoopwaarde van het goed op het ogenblik van de afstand — en het besluit spreekt uitdrukkelijk over afstand om niet of onder bezwarende titel. Een schenking is een afstand om niet. Het gevolg is bikkelhard:
- Bij een verkoop wordt de waarde aangerekend, maar u hebt het geld.
- Bij een schenking wordt exact dezelfde waarde aangerekend, en u hebt het geld niet.
Drie situaties waarin dit misloopt zonder dat iemand slechte bedoelingen had:
- De woning werd jaren geleden al aan de kinderen geschonken, met voorbehoud van vruchtgebruik, om erfbelasting te besparen. Bij de latere IGO-aanvraag blijkt de schenking binnen de tienjaarstermijn te vallen.
- De blote eigendom werd overgedragen en het vruchtgebruik behouden. Dat lost niets op: de blote eigendom vertegenwoordigt 60 procent van de waarde in volle eigendom en wordt als afstand aangerekend.
- Een lijfrenteverkoop is voor deze regels evengoed een afstand van onroerend goed. Het bouquet en het behouden woonrecht veranderen daar niets aan. Bespreek dit dus uitdrukkelijk vóór u tekent.
De conclusie is niet dat u niet mag schenken. De conclusie is dat een schenking of een lijfrente een beslissing is die u samen met uw uitkeringsdossier neemt, en niet enkel met uw notaris of uw kinderen.
Wat u concreet kunt doen — en wat niet werkt
Wat werkt:
- 1.Reken vooraf. Vraag uw uitbetalingsinstelling — het OCMW, de Federale Pensioendienst of uw zorgkas — schriftelijk wat een verkoop met uw dossier doet, vóór u een compromis tekent. Dat is een gewone vraag en niemand neemt u ze kwalijk.
- 2.Los uw schulden af met de opbrengst en bewaar het bewijs. Zowel bij het leefloon als bij de IGO mag u persoonlijke schulden die u vóór de afstand aanging in mindering brengen als u aantoont dat u ze met de opbrengst terugbetaalde. De afrekening van de notaris is daarvoor uw belangrijkste stuk.
- 3.Meld tijdig. Bij het zorgbudget is er een uitdrukkelijke meldingsplicht binnen drie maanden bij een inkomensstijging van 10 procent of meer. Ook voor de IGO en het leefloon meldt u een wijziging spontaan.
- 4.Houd de tienjaarsklok in het oog bij planning op langere termijn. Een afstand die meer dan tien jaar vóór de ingangsdatum van de aanvraag gebeurde, valt buiten de aanrekening.
- 5.Verwacht dat de bedragen dalen, niet dat ze verdwijnen. Het jaarlijkse abattement bouwt de aangerekende waarde bij de IGO elk jaar verder af.
Wat niet werkt:
- Het geld op de rekening van een kind of kleinkind zetten. Dat is een nieuwe afstand, geen oplossing.
- Ervan uitgaan dat een uitgegeven som niet meer meetelt. Het forfait wordt berekend op de waarde op het ogenblik van de afstand, niet op wat er nog over is.
- Niets melden en hopen dat het niet opvalt. De instellingen raadplegen de patrimoniumdocumentatie; een terugvordering komt vaak jaren later en dan in één bedrag.
- Denken dat een lager verkoopbedrag u helpt. Onder de marktwaarde verkopen kost u dubbel: u krijgt minder én de instelling kan van de werkelijke verkoopwaarde uitgaan.
Zo werkt het bij wijkopenpanden.be
Wie een uitkering ontvangt en over een verkoop nadenkt, heeft vooral nood aan twee cijfers en een datum: wat levert de woning netto op, wanneer staat het geld er, en wat betekent dat voor het dossier.
- U krijgt binnen 2 uur een reactie op uw aanvraag en na een plaatsbezoek een schriftelijk en gemotiveerd bod. Dat is een stuk dat u letterlijk kunt meenemen naar het OCMW, de Pensioendienst of uw zorgkas om vooraf te laten berekenen wat er met uw uitkering gebeurt.
- Wij kopen panden in de regio Antwerpen in de huidige staat, inboedel inbegrepen, zonder commissie en zonder opschortende voorwaarde van financiering. U werkt met de notaris van uw keuze.
- De akte verlijdt doorgaans binnen 2 tot 3 maanden, met een datum die vooraf vaststaat. Voor wie moet melden binnen een termijn, is voorspelbaarheid meer waard dan een vraagprijs die maandenlang blijft hangen.
Wat wij niet doen, zeggen wij er meteen bij: wij berekenen uw uitkering niet en wij geven daar geen advies over. Dat is werk voor uw OCMW, de Federale Pensioendienst of uw zorgkas, en zij zijn de enigen die uw volledige dossier zien. Wat wij wél leveren, is het cijfer waarmee zij kunnen rekenen — vóór u iets tekent, niet erna.
Wilt u een vrijblijvend bod ontvangen?
Wij reageren binnen 2 uur — ook in het weekend.
Veelgestelde vragen
Verwante artikels